Of misschien is ‘naar’ helemaal niet het goede woord

Het stoïcisme heeft me de afgelopen jaren veel gebracht.

Vooral het simpele onderscheid tussen wat ik wel en niet kan beïnvloeden.

Klinkt eenvoudig, maar probeer het maar eens echt toe te passen. Niet overal tegen vechten. Niet op alles reageren. Accepteren dat sommige dingen nu eenmaal gebeuren en vervolgens kijken naar wat jij er zelf mee kunt.

Dat past bij mij.

Het heeft me geholpen om dingen vaker te bekijken zoals ze zijn, in plaats van zoals ik zou willen dat ze waren. Om mijn energie niet te verspillen aan zaken waar ik toch geen invloed op heb.

Betekent dat dat het altijd lukt?

Zeker niet.

Ik kan me nog steeds druk maken om dingen waar ik helemaal niets mee kan. Ik kan nog steeds te snel ergens iets van vinden. En soms weet ik heel goed dat iets buiten mijn invloed ligt en ben ik er tóch mee bezig.

Weten hoe iets werkt en het daadwerkelijk doen, zijn twee verschillende dingen.

En toen kwam het boeddhisme

De laatste tijd ben ik me steeds meer gaan verdiepen in het boeddhisme.

Niet omdat ik op zoek was naar iets nieuws. En ook niet omdat het stoïcisme ineens niet meer bij me past.

Gewoon uit nieuwsgierigheid.

Ik ben gaan lezen, luisteren en sinds kort ook wat meer gaan mediteren.

En het grappige is dat ik ontzettend veel dingen tegenkom die ik herken.

Acceptatie. Aandacht voor het moment. Niet automatisch meegaan in iedere gedachte die in je hoofd verschijnt. Het besef dat je niet alles kunt controleren.

Maar toch voelt het anders.

Alsof het boeddhisme soms nét een laagje verder gaat.

Stevig blijven staan of onderzoeken waarom je wilt blijven staan

Het stoïcisme leert mij om stevig te blijven staan wanneer het om me heen onrustig wordt.

Het boeddhisme laat me nadenken over een andere vraag:

Waarom raakt die onrust me eigenlijk?

Waarom wil ik ergens controle over hebben?

Waarom vind ik ergens iets van?

Waarom reageer ik zoals ik reageer?

En misschien nog wel belangrijker:

Wat gebeurt er als ik er eens even niets mee doe?

Niet oplossen.

Niet analyseren.

Niet meteen reageren.

Gewoon waarnemen.

Ademhalen.

Voelen wat er gebeurt.

En het laten zijn.

Dat klinkt eenvoudig.

Is het niet.

Stilzitten blijkt best hard werken

Ik ben gewend om iets te dóén.

Als er een probleem is, zoek je naar een oplossing. Als iets niet goed gaat, kijk je wat je kunt veranderen. Als je ergens invloed op hebt, onderneem je actie.

En dan ga je mediteren en is de opdracht eigenlijk:

Ga zitten.

Adem.

Observeer.

Doe verder even helemaal niets.

Dan kom je er behoorlijk snel achter hoeveel er eigenlijk in dat hoofd gebeurt.

Gedachten komen voorbij. Je vindt er iets van. Je aandacht schiet alle kanten op. Je denkt aan wat je nog moet doen. Vervolgens bedenk je dat je niet moet denken aan wat je nog moet doen…

En voor je het weet ben je vooral heel druk bezig met ‘niet denken’.

Blijkbaar is alleen maar aanwezig zijn ook gewoon een oefening.

Ik hoef niet te kiezen

Ik heb het stoïcisme dus niet ingeruild voor het boeddhisme.

En ik zit ook niet ineens iedere ochtend met wierook in kleermakerszit te wachten tot ik verlicht raak.

Ik ben vooral nieuwsgierig.

Want misschien hoef ik helemaal niet te kiezen.

Van het stoïcisme neem ik de discipline, verantwoordelijkheid en het onderscheid tussen wat wel en niet binnen mijn invloed ligt.

Van het boeddhisme leer ik meer over aandacht, observeren en loslaten.

De één helpt me om steviger te staan.

De ander laat me onderzoeken waarom ik soms zo graag stevig wíl blijven staan.

En ergens daartussenin zit gewoon ik.

Nog steeds lerend.

Nog steeds zoekend.

Nog regelmatig te snel ergens iets van vindend.

Maar misschien is juist dát wel de oefening.

Niet om uiteindelijk nergens meer iets van te vinden.

Maar om steeds beter te herkennen wat er in mij gebeurt voordat ik besluit wat ik ermee ga doen.